25 september 2019 ~ Ariane Sprengers

Wie strenger is voorzichzelf dan voor anderen, holt een doodlopende weg in.

Hoog tijd voor een oefening in zelfcompassie.

Dit was de kop van een artikel dat ik een hele tijd geleden las in Trouw.
In een eerder blog schrijf ik over P die al jaren in de zorg werkt. Dit doet ze al jaren met hart en ziel. Zorgen is sowieso iets wat ze goed kan en graag doet. Deze kwaliteit zet ze in op haar werk als verpleegkundige. Ook in haar privéleven kennen ze haar als iemand met een groot empathisch vermogen. Ze is gewend om voor de ander klaar te staan.

P is nu een jaar gescheiden. Haar huwelijk liep stuk. En ze is moe.  Echt moe. Ze ziet ook zelf wel dat ze door is blijven rennen. Ik vraag hoe ze in de afgelopen periode voor haarzelf heeft gezorgd. Heeft ze voor zichzelf in deze emotionele periode wat rust, aandacht en zorg?

Hetzelfde patroon ziet ze als collega’s zichzelf over de kop rennen. Doe eens rustig aan, zegt ze dan. Maar als ze zelf behoefte heeft aan rust, gaat er nog een tandje bij. Dat klinkt sociaal en empathisch, maar ergens voel je dat zij met deze houding een doodlopende weg in rent. Is er een uitweg?

Wel volgens psychiater Remke van Staveren. Zij is de initiatiefnemer van Hart voor de GGZ, een beweging die werken met compassie en zelfcompassie in de zorg wil bevorderen. De uitweg  ligt in zelfcompassie, een begrip dat uit het boeddhisme komt. Ook als je niet in de zorg werkt herken je jezelf wellicht in dit verhaal.
In dit artikel in de trouw lees je hier meer over.

In een eerder blog schrijf ik hoe zelfcompassie een antwoord kan zijn ter voorkoming van een care givers burn-out.

Zo logisch als het klinkt, zo lastig is het om begripvol en vergevingsgezind te zijn voor jezelf. Hoe komt dat?
We hebben allemaal een strenge criticus in ons. Vaak zijn dit de stemmetjes die we hebben gehoord in onze opvoeding.
Die criticus is dol op controle. Controle over een situatie, over zichzelf, over anderen.
Loslaten lijkt dan de sleutel voor een leven tot meer levensgeluk en vrijheid.
Gedeeltelijk is dat zo. Maar niet zomaar. De allereerste stap is dat je eerst de verbinding gaat herstellen met jezelf. Je hart weer gaat openen. Een kwetsbaar proces waar zelfcompassie ondersteunend in is.

Er is een oud boeddhistisch verhaal die een mens vergelijkt met een paard en ruiter combinatie.
Deze wil ik graag met je delen.
Je kunt een mens vergelijken met een paard en ruiter combinatie. De ruiter symboliseert het hoofd en de schouders, borstkas. Dat deel is verbonden met het uitoefenen van controle. Het paard staat voor de buik, bekken, benen en voeten. Het paard zorg voor de kracht, betrouwbaarheid, plezier, de gratie van bewegingen en het contact met de aarde. Het is het dierlijke stuk in ons. De ruiter staat voor de richtinggevende kant, overzicht op de omgeving en de invloed op de snelheid van de hele combinatie. Vertrouwen en samenwerking tussen beide is nodig om de combinatie: de mens als heel persoon, tot een gelukkig en goed functionerend individu te maken.

Tweetalig en onbegrip

De ruiter praat best veel. Hij gebruikt de snelheid van de gedachten en de taal van woorden. Het paard kan ook praten. Het kent verschillende talen: gevoelens en emoties, impulsen, spierspanningen, fysieke uitingen. Daarmee maakt het zijn kracht, eigenheid, plezier duidelijk aan de ruiter. Tenminste als deze het horen wil. En dat is lang niet vanzelfsprekend. Bij ons westerlingen is er namelijk in de loop van de eeuwen een overwaardering gekomen op de functie van de ruiter en een onderwaardering voor het paard. De ruiter werd over het paard getild, en denkt vanuit zijn positie alles voor het zeggen te hebben.

Angst voedt onze neiging tot controle

De ruiter (hoofd-bovenlichaam)  is van mening dat het paard minderwaardig is, het is immers laag-bij-de-gronds, dierlijk, ongericht en daardoor afkeurenswaardig. Het echte verhaal is dat de ruiter stiekem bang is dat het paard op hol slaat in zijn ongebreideld enthousiasme. Dan gaat de ruiter strenge stemmen produceren, meestal opdrachten: je moet zus, je moet zo! Je moet je niet aanstellen, beter je best doen! Het schrikbeeld van het op hol geslagen paard doet hem de teugels strak aantrekken. Maar eigenlijk slaat hij zelf op hol: met het vormen van overmatige gedachten, piekeren, zorgen maken, zelfevaluaties die altijd verkeerd uitvallen.

Het paard (rest van het lichaam) ziet het anders. Soms voelt het paard zich voor het karretje gespannen, het levert energie maar de ruiter gaat met de eer strijken. Het paard voelt zich niet gezien. Het kan zijn dat het paard daardoor wegkwijnt en daardoor minder energie levert. Of het paard kan in zijn trouw en loyaliteit ‘alles eruit persen wat erin zit’ in de hoop gezien te worden door de ruiter. Of het paard komt in opstand, haakt bozig af of gaat zich ferm uitdrukken in de taal die hem ter beschikking staat: emoties, spanningen of ziekten kunnen op – voor de ruiter-  zeer onhandige momenten gaan opspelen. Het gaat bokken! In ruiter-taal zegt het paard: heb oog voor mij!

En dan gaat de combinatie ontsporen.

Eigenlijk moet de combinatie even van de weg worden gehaald en even worden nagekeken. Het blijkt dan vaak dat het hart, het communicatiecentrum, gesloten is. Het hart is een veilige plek waar paard en ruiter elkaar kunnen ontmoeten zonder gevaar voor gezichtsverlies (waar met name de ruiter zo bang voor is). Het hart staat voor de wijsheid. Vanuit wijsheid kun je beiden aan het woord laten. De taal van het hart is universeel. Het wordt door zowel ruiter als paard begrepen.

Zelfcompassie en controle loslaten- een oefening.

Ga eens rustig zitten en maak contact met je hart. Dat kun je doen door je ogen even te sluiten, je hand op je hart te leggen, de warmte van je hand toe te laten ter hoogte van je hart. Voel hoe het klopt. Maak zo contact met het verbindingscentrum in jezelf. Buig je hoofd iets en laat je gezicht verzachten. Vraag jezelf wat er te voelen valt, vraag naar de taal van het paard. Soms merk je direct wat jouw paard te zeggen heeft. Het is blij dat het gehoord wordt. In verbinding met het hart raken de scherpe kantjes van het bokken af. Zo kan boosheid weer verdriet worden, bijvoorbeeld om het niet gewaardeerd zijn.

De ruiter heeft ook nog steeds wat te zeggen. Ook in de ruimte van het hart kan zijn kritische stem door de ruimte schallen. Toch, in aanwezigheid van het paard en de welwillende neutraliteit van het hart, kunnen ook bij de ruiter de scherpe kantjes afslijten. En zo kan ook de ruiter oog krijgen voor het paard, waardoor het paard minder noodzaak voelt om te bokken, stil te vallen of op hol te slaan. Ze schenken elkaar hun vertrouwen en de verbinding wordt hersteld. De ruiter buigt het hoofd voor de levenskracht van het paard en het paard accepteert blij de leiding van de ruiter.

Wat een vreugde om weer verbonden te zijn. Verbonden met jezelf. Je hebt de overmatige activiteit van je hoofd losgelaten.

Soms merk je dat je al lang leeft vanuit een schommelstoel.
Je beweegt wel maar komt niet echt vooruit.
Soms heb je dan net dat duwtje in je rug nodig.

 

 

Plan hier gerust een vrijblijvend inspiratie sessie in.
Of kijk in mijn live en online aanbod.

Ariane Sprengers

Weet je dat het leren van zelfcompassie je heel goed helpt een gelukkiger leven te leiden?

Ook ontdekken wat Mindful zelfcompassie voor jou kan doen?

Vraag hier de gratis minicursus aan.

 

Ontvang tips om in actie te komen